Interne geneeskunde
Een internist houdt zich bezig met het inwendige dier: hart, keel, neus, luchtwegen en longen, maag-darmkanaal, lever, nieren en urinewegen, hersenen en zenuwen, hormonen, bloed en beenmerg, en lymfeklieren.
Een internist werkt nauw samen met de radioloog en chirurg. Na het afnemen van de ziektegeschiedenis en een goed lichamelijk onderzoek doet hij aanvullend onderzoek, bijvoorbeeld in de vorm van hartfilmpjes, endoscopisch onderzoek en onderzoek van weefsel-, bloed- en lichaamsvloeistofmonsters.
Een internist opereert niet (zelf) maar werkt veel met medicijnen (inclusief chemotherapie).De internist onderzoekt, net als andere specialisten, alleen verwezen patiënten en krijgt dus de minder vaak voorkomende aandoeningen te zien. Een patient die een normale dierenarts slechts een keer per jaar ziet, ziet een specialist mogelijk wekelijks.


