10 misverstanden over vlooien

Over vlooien, vlooienbestrijding en vlooienallergie bestaan heel veel misverstanden. Wij behandelen hier de tien meest voorkomende.
  1. Mijn dier kan geen vlooienallergie hebben want ik zie nooit vlooien.
    • ​​Juist dieren met vlooienallergie zijn heel bedreven in het verwijderen van vlooien uit hun vacht door te wassen, bijten, likken en krabben. Het zegt dus helemaal niets als je geen vlooien kunt vinden.​ Zie ook vlooienallergie.
  2. Mijn dier kan geen vlooien hebben want ik heb geen tapijt in huis.
    • ​​Vlooienlarven houden van de kieren in het parket, de ruimte onder de bank, achter de plinten, etc. Zie ook vlooiencyclus.
  3. Ik gebruik een vlooienmiddel maar toch zie ik nog vlooien. De vlooien zijn dus resistent tegen dit middel.
    • ​​Resistentie tegen vlooienbestrijdingsmiddelen komt nog steeds zeer weinig voor. Er is altijd een andere verklaring voor. Om te beginnen doodt een vlooienmiddel nooit 100% van de vlooien en de werkzaamheid neemt in de loop van enkele weken af. Bij een hoge besmettingsgraad van de omgeving kun je ook na het toepassen van een vlooienmiddel nog steeds vlooien op het dier zien. 
  4. Mijn dier komt nooit buiten dus hij kan geen vlooien hebben.
    • ​Vlooien kunnen worden meegenomen door andere dieren of mensen en het huis besmetten. Aangezien het binnenshuis een prima klimaat is voor de ontwikkeling van vlooien, en de eigenaar niets vermoedt, kan er bijna onopgemerkt een vlooienprobleem ontstaan.
  5. Mijn dier kan geen vlooien hebben want hij komt niet in contact met andere dieren.
    • ​​Een vlooienbesmetting verloopt altijd via de omgeving, niet direct van dier op dier. Vlooien die eenmaal op een dier zitten, verlaten dit dier niet. Maar ze produceren wel eitjes waaruit weer nieuwe vlooien ontstaan (zie vlooiencyclus). En die springen op de eerste beste interessante gastheer die voorbij komt. Dus een dier kan heel makkelijk besmet worden met vlooien op een uitlaatveldje of in de tuin.
  6. Mijn dier heeft geen vlooien want ik (of mijn man, vrouw, dochter, zoon) is heel gevoelig voor vlooien en dan zou ik het gemerkt hebben.
    • ​​Vlooien houden het meest van katten en honden. Ze springen alleen op mensen als er te weinig honden of katten in de buurt zijn. Dat kan ook relatief zijn: Als er heel erg veel vlooien zijn in verhouding tot het aantal dieren in huis. Dus mensen krijgen meestal pas last van vlooien als er erg veel zijn.
  7. Vlooienproblemen en vlooienallergie zijn het ergste in de zomer.
    • ​​In Nederland zijn de problemen het ergst in de herfst, omdat de vlooienpopulatie buiten de hele zomer is uitgebreid.
  8. Alle vlooienproducten werken ongeveer hetzelfde, het maakt dus niks uit welk product ik gebruik.
    • Er zijn grote verschillen tussen producten. Sommige producten doden alleen de volwassen vlooien, andere ook de voorstadia. Sommige producten bestrijden ook nog andere parasieten zoals wormen of mijten. En er zijn verschillende manieren waarop de middelen kunnen worden toegediend. Pas altijd het product aan de situatie van het dier aan. Zie ook vlooienbestrijding.
  9. Knoflook is een effectief vlooienbestrijdingsmiddel.
    • ​​Was het maar waar...deze hardnekkige mythe is de oorzaak van veel ongemak en jeuk bij honden en katten!
  10. Ik geef mijn dier altijd op tijd zijn vlooienmiddel.
    • ​​Wees eens eerlijk...wanneer was de laatste keer?​​De meeste mensen zijn van goede wil, maar de tijd gaat vaak sneller dan we  denken. Zet het in je telefoon en laat hem je waarschuwen als het weer zover is.

Deel deze pagina