Bloedgroepen en bloedtransfusie

Het type bloedgroep dat een hond of kat heeft wordt bepaald door specifieke eiwitten (antigenen) die aanwezig zijn op de rode bloedcellen. Het belangrijkste zijn de A antigenen bij de hond, en bij de kat A en B antigenen. Honden kunnen wel of geen antigeen A op hun rode bloedcellen hebben. Ze zijn A positief (wel antigeen A) of A negatief (geen antigeen A op rode bloedcel). Katten kunnen antigeen A (bloedgroep A), antigeen B (bloedgroep B), of antigeen A en B (bloedgroep AB) op hun rode bloedcellen hebben.

bloed

Het lichaam maakt van nature antistoffen aan tegen het antigeen dat niet aanwezig is op de eigen rode bloedcellen. Hiervoor is bij de kat geen contact nodig met het lichaamsvreemde antigeen. Een kat met bloedgroep A heeft dus van nature antistoffen tegen bloedgroep B en omgekeerd. Een kat  met bloedgroep AB heeft geen antistoffen tegen A of B.

Bij de hond is het anders: een hond met bloedgroep A positief heeft geen antilichamen. Maar ook een hond die zelf geen A antigenen heeft (bloedgroep A negatief) heeft van nature geen antilichamen tegen de voor deze hond lichaamsvreemde A antigenen. Als een A negatieve hond echter A positief bloed heeft gekregen via een bloedtransfusie, dan gaat de hond wel antilichamen maken. Dit geeft bij de eerste transfusie nog geen problemen. Bij een volgende transfusie kan dit wel problemen opleveren.

Bij de kat kan het toedienen van bloed met een bloedgroep dat niet overeenstemt met die van de ontvanger, een heftige afweerreactie opwekken met mogelijk de dood tot gevolg. Bij de hond zal de eerste transfusie niet gelijk een probleem opleveren. Bij een tweede transfusie moeten we ook bij honden eerst zeker weten wat de bloedgroep is van de ontvanger en de bloedgroep van het donorbloed.

Voor een bloedtransfusie zullen we altijd de bloedgroep bepalen. Tijdens een bloedtransfusie houden we de hond of kat bij ons in de afdeling opname. We controleren nauwgezet op eventuele transfusiereacties.
 

Wanneer doen wij een bloedtransfusie en een bloedgroepbepaling?

In donorbloed wordt altijd de bloedgroep bepaald. Wij werken met bloed van de Eerste Veterinaire Bloedbank, of vragen of u zelf voor een donor kan zorgen. Bij katten maken kunnen het beste familieleden van de kat als donor dienen: de grootste kans dat ze dezelfde bloedgroep hebben. De donorkat moet gezond en het liefst een beetje groot zijn. Als donorhond kan iedere gezonde, rustige, grote hond dienen. De hond moet niet in de Zuidelijke landen geweest zijn, anders zijn we bang om de patiënt met eventuele parasieten te besmetten.

Ook wordt de bloedgroep bepaald bij de hond of kat die de bloedtransfusie moet krijgen (de patiënt). Een bloedtransfusie is nodig bij ernstige bloedarmoede, bijvoorbeeld bij rattengifvergiftiging, AIHA, zware (bloederige) operaties, milttumoren of beenmergziektes.
 

Leestips

Deel deze pagina