Eerste hulp bij epilepsie

Bij een epilepsieaanval is het inroepen van diergeneeskundige hulp vaak niet nodig. De aanval houdt in de meeste gevallen op voordat u bij de dierenarts bent.
 
Als algemeen advies geldt bij een zgn. ‘grote aanval’ (grand mal; tonisch-clonische aanval):
  • Blijf rustig
  • Wacht tot de aanval voorbij is
  • Voorkom dat de hond zich tijdens een aanval bezeert. Schuif meubilair opzij
  • Zorg dat u zelf niet gebeten wordt. Uw hond is buiten bewustzijn en weet niet wat hij doet
  • Probeer niet de bewegingen van uw hond ‘in bedwang’ te houden 

Tijd bijhouden

Houd  in de gaten hoe lang de aanval duurt, zodat u dit door kunt geven aan uw dierenarts. Sommige aanvallen kunnen  een paar minuten duren, andere aanvallen duren enkele seconden.

Soms kan een tonisch-clonische aanval lang aanhouden. Uw hond kan in  ademnood komen en blauw aanlopen. Dan kan het noodzakelijk zijn de aanval(len) met noodmedicatie te stoppen (zie diazepam rectiole).
 

Na de aanval

Soms is uw hond/kat na een aanval niet meteen helemaal hersteld. Hij/zij is dan verward, heeft hoofdpijn, of gedraagt zich niet normaal, is soms zelfs agressief. Na een aanval is iemand dus niet altijd meteen weer ‘zichzelf’.

Blijf bij uw huisdier in de buurt. Geef hem of haar de gelegenheid om in rust en veiligheid te herstellen.
 

Wanneer naar de dierenarts?

Als een aanval kort duurt, is het niet nodig om de dierenarts te bellen. Het is wel verstandig om voor de volgende dag een afspraak te maken met uw dierenarts.
 
Wij raden u aan om meteen contact te zoeken met de dierenarts als
  • Een aanval langer dan 10 minuten duurt (status epilepticus)
  • De aanval zich herhaalt (cluster epilepsie)
  • Er sprake is van een ziek, jong (< 6 maanden) of zwanger dier
  • Er een aanval plaatsvindt bij een poes/teef met zogende kittens/pups
  • Uw hond/kat net geopereerd is

Leestips

Andere bezoekers van deze pagnia waren ook geïnteresseerd in:

Deel deze pagina