Elleboogdysplasie

Elleboogdysplasie is een verzamelnaam voor vier veel voorkomende elleboog aandoeningen bij de hond. Als uw hond kreupel gaat lopen op één of beide voorpoten, zou het kunnen dat hij last heeft van elleboog dysplasie (ED).


 

Veel voorkomende elleboog aandoeningen

De vier voorkomende aandoeningen die vallen onder elleboogdysplasie zijn LPC, LPA, OCD en incongruentie. Bij een los processus coronoideus (LPC) en los processus anconeus (LPA) gaat het om een stukje bot dat van de ellepijp is afgebroken. Osteochondrose dissecans (OCD)  is een ziekte waarbij het kraakbeen niet goed groeit en het vervolgens los kan laten. Elleboog incongruentie is simpel gezegd een niet goed passende elleboog.

Al deze aandoeningen leiden tot een pijnlijke, niet goed werkende elleboog en daarna tot slijtage en artrose. De hond loopt mank. Onze dierenarts kan bij het consult vaststellen wat er precies aan de hand is en met u bespreken wat de behandelmogelijkheden zijn.
 
Speciaal voor eigenaren van honden met elleboogdysplasie maakten we dit informatiefilmpje over de ziekte, het onderzoek, ras keuring en behandeling.
 

De elleboog

Het ellebooggewricht is een scharniergewricht in de voorpoot van de hond en kat. Het gewricht zit tussen het opperarmbeen (1) in de bovenarm en het spaakbeen (2) en de ellepijp (3) in de onderarm. Ter versteviging van het gewricht is de ellepijp extra lang. Het bovenste gedeelte van de ellepijp ligt namelijk aan de achterkant van het opperarmbeen. Hierdoor kan de voorpoot van de hond niet overstrekt worden.



Het bovenste gedeelte van de ellepijp heeft een aantal uitstulpingen waarvan één precies in een gleuf van het opperarmbeen past en twee andere die zich rondom de kop van het spaakbeen vouwen. Deze uitstekende botdeeltjes, de zogenaamde processus anconeus en de processus coronoideus, zorgen helaas wel vaak voor elleboogproblemen bij de hond.
 

Hoe ontstaat elleboogdysplasie?

Vooral bij jonge, snelgroeiende pups van grote hondenrassen kunnen de naast elkaar gelegen ellepijp en spaakbeen in de onderarm met een verschillende snelheid groeien, zodat het ellebooggewricht (tijdelijk) niet goed meer past, dit heet ‘incongruentie’. De druk op het ellebooggewricht wordt hierdoor niet goed meer verdeeld. De uitstekende deeltjes van de elleboog, het zogenaamde processus anconeus en het binnenste processus coronoideus, kunnen hier soms door afbreken. Omdat groeistoornissen, waaronder ook de kraakbeenziekte osteochondrose dissecans, vaak erfelijk zijn, komt het regelmatig voor dat beide ellebogen klachten vertonen.

Verreweg de meeste elleboogproblemen hebben een erfelijke basis. Het is wel wetenschappelijk aangetoond dat de kans op elleboogproblemen vergroot wordt door het geven van niet-uitgebalanceerde voeding. Uw eigen dierenarts kan u adviseren over juiste voeding in elke levensfase.


Leestips

Andere mensen die dit artikel lazen, waren ook geïnteresseerd in:
auteur: Roelof Maarschalkerweerd, Specialist Chirurgie der gezelschapsdieren, Orthopeed

Deel deze pagina