Hartproblemen (hond)

Kleine honden hebben vaak een lekkende hartklep (hartruis). Bij grote honden komt een hartspierziekte vaker voor. Ook afwijkingen aan bloedvaten, het hartzakje, de bloeddruk en 
hartritmestoornissen vallen onder de hartproblemen. 

Een behandeling met medicijnen is bij hartproblemen wordt tegenwoordig vaak gestart op het moment dat het hart vergroot is. 

Bij sommige pups met een hartruis en bij honden met een hartritmestoornis is een behandeling vaak nodig voordat er klachten optreden. 

hart anatomie
 

Lekkende hartkleppen (kleine honden) 

75% van alle honden die met een hartprobleem bij de dierenarts komen, heeft een hartklepprobleem. De dierenarts hoort een hartruis.Veelal sluiten de kleppen dan niet meer goed. De dierenarts noemt dit een insufficiëntie. Het gaat vrijwel altijd over een kleine hond (minder dan 20 kg) van middelbare leeftijd. Het bloed kan de verkeerde kant uit stromen, d.w.z. dat een hoeveelheid bloed terug lekt naar waar het vandaan kwam. 

Wat begint als een kleine lekkage (met een kleine hartruis) wordt na een aantal jaren een grote lekkage (met een hardere hartruis). Deze lekkage leidt tot “stuwing” , vergelijk het maar met overstroming. Stuwing: doordat het hart het bloed niet goed vooruit pompt, kan het lichaam bloed en vocht minder goed kwijt richting het hart en hoopt het zich op. Het gevolg is: vocht in de longen  (longoedeem) of vocht in de buik (ascites). Deze “overstromingen” noemen we hartfalen (zie onder). 

De diagnose van deze soort van hartfalen stellen we door naar het hart te luisteren. Met een röntgenfoto en/of echo is het mogelijk om te zien of een behandeling nodig is. Als een behandeling nodig is, start de internist bij het MCD de behandeling en stelt die waar nodig bij.

Lees verder bij Vetmedin
 

Aangeboren hartklepproblemen (pup)

Minder vaak voorkomend dan insufficiëntie is de vernauwde hartklep (pulmonaalstenose of aortastenose). Dit is een probleem van pups. De hartruis is op een leeftijd van 8 weken soms nauwelijks te horen, maar neemt in de eerste maanden van het leven toe. In sommige gevallen is het mogelijk de vernauwing op te rekken. 

Lees verder bij hartruis hond
 

Hartspierproblemen (grote honden) 

Grote honden hebben vaker een hartspierziekte dan lekkende hartkleppen. De hartspier wordt minder krachtig en het hart heeft moeite om de bloeddruk hoog te houden. Het hart wordt groter, de hartspier lijkt dunner. Deze ziekte wordt DCM genoemd: dilaterende cardiomyopathie. 

De diagnose voor deze ziekte stellen we met een echo. Als deze diagnose gesteld is, start de internist bij het MCD de behandeling en stelt die, waar nodig, bij. 

Ook deze honden ontwikkelen vaak hartfalen. Tevens is er regelmatig sprake van hartritmestoornissen (zie onder).

Lees verder bij DCM
 

Problemen aan de bloedvaten (pup) 

Voor de geboorte zit er nog geen lucht in de longen. Het bloed dat na de geboorte door de longen gaat stromen, wordt omgeleid via een speciaal bloedvat: de ductus botalli. Bij de eerste ademteugen na de geboorte sluit dit bloedvat zich, normaal gesproken.

Als dit bloedvat zich niet sluit, spreken we van een persisterende ductus. De dierenarts hoort een continue hartruis.  Op latere leeftijd ontstaan problemen van hartfalen. Een operatie of hartkatheterisatie in een vroeg stadium kan de pup genezen.

De diagnose stellen wij door naar het hart te luisteren en we bevestigen de diagnose met een echo. 
 

Problemen aan het hartzakje (pericard-overvulling) 

Rond het hart zit een zakje, het pericard. Hierin zit een zeer kleine hoeveelheid vocht. Als de hoeveelheid vocht toeneemt, wordt de rechter kant van het hart dichtgedrukt. Het bloed dat vanuit de buik komt, kan het hart niet instromen. Er ontstaat “filevorming”, met als gevolg vocht in de buik (ascites).

Na het wegzuigen van het vocht uit het hartzakje (pericardpunctie) herstelt de hond snel. 

Een overvuld hartzakje kan verschillende oorzaken hebben. In de meeste gevallen is er sprake van een irritatie die spontaan (of toch na een operatie) geneest. Tumoren kunnen ook een overvulling van het hartzakje geven.

De diagnose pericard-overvulling stellen wij met een echo. De pericardpunctie wordt bij het MCD uitgevoerd door de internist. 
 

Hartritmeproblemen 

Het hart kan alleen maar goed werken als de juiste spiercellen op het juiste moment samentrekken. Als de coördinatie ontbreekt, werkt de pomp niet goed.

Honden met een hartritmestoornis zijn moe, hebben een verminderd uithoudingsvermogen en kunnen flauwvallen.

Er zijn verschillende hartritmestoornissen en verschillende medicijnen tegen hartritmestoornissen.

De diagnose hartritmestoornis stellen wij met een ECG. Vaak is ook een echo nodig. 

Lees verder bij Hartslag hond


Problemen van de bloeddruk 

​Een gezonde hond heeft normaal een bloeddruk onder de 160mmHg (in de slagaders van het lichaam) of 20mmHg (in de slagaders in de longen). Bij een hoge bloeddruk kunnen bloedingen optreden. Ook het hart moet meer kracht zetten. De hartspier zal verdikken of uitzakken. 

De diagnose stellen wij met een bloeddrukmeting (hoge bloeddruk in de rest van het lichaam) of met een echo (hoge bloeddruk in de longen).

Lees verder bij bloeddruk hond.
 

Symptomen van hartfalen bij honden 

Sloomheid, een verminderd uithoudingsvermogen, hoesten, benauwdheid, een bolle buik en flauwtes kunnen wijzen op een hartprobleem. Omdat al deze klachten ook andere oorzaken kunnen hebben, moet verder onderzoek uitwijzen of het nodig is om (dure) hartmedicijnen te geven.
 

De behandeling van hartfalen bij honden

De meeste hartmedicijnen behandelen de gevolgen van de hartziekte. De hartziekte geneest niet. Hartmedicatie wordt aangeraden bij honden met een 
  • vergroot hart
  • hartfalen
  • hartritme stoornissen
  • hoge bloeddruk
Als medicijnen nodig zijn, is de behandeling vaak levenslang.
 
Voorkom dat u uw huisdier onnodig dure hartmedicijnen geeft
Het behandelen van een hartprobleem is maatwerk. De internist kan u onafhankelijk adviseren, de medicijnen haalt u bij uw eigen dierenarts.
 

Leestips

Andere mensen die dit artikel lazen, waren ook geïnteresseerd in:
auteur: Tjerk Bosje, specialist interne geneeskunde der gezelschapsdieren

Deel deze pagina