Hond laten braken

Uw hond heeft iets gegeten dat niet de bedoeling was. De hond laten braken kan een goede oplossing zijn.

Gebruik geen zout om uw hond te laten overgeven.


Een zoutvergiftiging kan ook dodelijk aflopen en een opname van de hond met een zoutvergiftiging is duurder dan naar de dierenarts gaan om diens hulp in te roepen bij het overgeven.

Als een hond iets giftigs heeft gegeten, is het soms verstandig hem te laten braken
Als een hond iets giftigs heeft gegeten, is het soms verstandig hem te laten braken
 

Laat uw hond NIET braken als:

In de volgende situaties is het laten braken van een dier te gevaarlijk of niet zinvol:
  • Uw hond braakt zelf
  • Uw hond heeft ademhalingsproblemen
  • Uw hond is zwak
  • Uw hond heeft een verminderd bewustzijn of is in coma
  • Uw hond heeft epilepsie aanvallen
  • Uw hond is in shock
  • Uw hond heeft slikproblemen
  • Uw hond is overgevoelig voor het braakmiddel
  • Het ingeslikte voorwerpen is scherp (bijvoorbeeld een satéprikker, bot, glas, etc.)
  • De opgenomen stof is sterk irriterend (zoals desinfectiemiddelen, benzine, terpentine)
  • De opgenomen stof is schuimvormend (zoals zeep)
  • De opgenomen stof kan de longen beschadigen zoals babyolie, paraffine, vaseline, zonnebrandolie

Verlies geen tijd

Hoe eerder uw hond braakt, hoe kleiner de kans dat een giftige stof wordt opgenomen.


Eerst laten eten, mits …

Voordat u uw hond laat braken, is het verstandig om hem eerst eten te geven. Het braken met een volle maag is vaak effectiever.

LET OP: als uw hond heeft gegeten is een endoscopie niet meer mogelijk en een operatie risicovoller.
Lees eerst de hele tekst voordat u uw hond eten geeft.


Laten braken: gebruik geen zout!

In het verleden werd vaak een schep keukenzout aanbevolen om een hond te laten braken. Dit advies vindt u op internet nog vaak terug.

Op 15 februari 2009 publiceerden wij een artikel in het Tijdschrift van Diergeneeskunde waarin wij dit afraden. In dit artikel beschrijven we twee honden die overleden nadat zout was gegeven met het doel de honden te laten overgeven.
 

Hond laten braken: met peroxide (3%)

In Amerika wordt waterstofperoxide (3%) gebruikt om een hond te laten overgeven. De hond krijgt waterstofperoxide via de mond (2ml per kg lichaamsgewicht, maximaal 45ml). Uit onderzoek blijkt echter dat dit irritatie en schade geeft aan de slokdarm, maag en dunne darm, waarbij zelfs oppervlakkige zweren ontstaan.


Hond laten braken: met apomorfine

Dierenartsen gebruiken bij honden vaak een injectie met Apomorfine om een hond te laten braken.


Hond laten braken: zelf doen of naar de dierenarts?

Bij de dierenarts:
  • Na het geven van Apomorfine in de bloedbaan braakt 100% van de honden
  • Gemiddeld braakt een hond na het geven van apomorfine 75% van de maaginhoud uit 
  • Nadeel: Sommige honden blijven langdurig overgeven. Bij overdosering kunnen vervelender bijwerkingen optreden.
Thuis:
  • Na het geven van peroxide braakt 90% van de honden
  • Gemiddeld wordt 25% van de maaginhoud uitgebraakt 
  • Nadeel: peroxide geschadigd de slokdarm, maag en darmen.

Wij adviseren daarom Apomorfine!

De andere verschillen tussen apomorfine en waterstof peroxide zijn klein:
  • Het braken start na ongeveer 10 minuten (variatie: 1 min. tot 3,5 uur)
  • Het braken houdt ongeveer 10 minuten aan (variatie: 1 min. tot 8 uur)
  • De hond braakt in deze periode gemiddeld 3 maal (variatie: 1 tot 30 keer)
  • Bij beide stoffen zijn er honden die niets of alles uitbraken (variatie: 0 tot 100% van de maaginhoud)
deze informatie komt uit het JAVMA, 2012 241:1179-1184
 

Na het overgeven

Omdat na overgeven de maag niet 100% geleegd is en er mogelijk al maaginhoud in de darmen gekomen is, is het verstandig dieren die een giftige stof hebben gegeten / gedronken:
  • Norit te geven (bindt veel giftige stoffen)
  • Te laxeren (met natrium sulfaat)
  • Een antigif te geven (indien beschikbaar)
  • Op te nemen voor infuus en observatie
Na peroxide is het geven van een maagzuurremmer aan te raden. 
 

Leestips

Andere bezoekers van deze pagina, waren ook geïnteresseerd in: 
auteur: Tjerk Bosje, specialist interne geneeskunde der gezelschapsdieren

Deel deze pagina