Keuring voor stamboom

Door de oogarts worden ook onderzoeken op zogenaamde erfelijke oogaandoeningen uitgevoerd. Dit zijn preventieve oogonderzoeken, waarbij wordt bekeken of er, vaak ongemerkt, oogafwijkingen aanwezig zijn. Op deze manier wordt geprobeerd te voorkomen dat deze oogziekten verder worden doorgeven aan de nakomelingen.



Voor deze onderzoeken is geen verwijzing door de dierenarts nodig.

Eén week voor het onderzoek moet een kopie van de stamboom in het bezit zijn van de kliniek. De vereiste formulieren (ontwikkeld door het ECVO "European College of Veterinary Ophthalmologists") kunnen dan tijdig voorbereid worden en de schriftelijke uitslag kan meteen na het onderzoek meegegeven worden

Bij de meeste rassen is het nodig 15-30 minuten voor het oogonderzoek de ogen te druppelen. De pupillen gaan zich dan verwijden waardoor de ogen beter onderzocht kunnen worden. Daarom zal u meestal gevraagd worden iets eerder aanwezig te zijn dat het eigenlijke tijdstip van de afspraak.
 

De belangrijkste erfelijke oogziekten

  • Entropion/ectropion (afwijkingen aan de stand van het ooglid)
  • Distichiasis/ectopische ciliën (afwijkende haargroei op het ooglid)
  • Aangeboren fouten door het na de geboorte blijven bestaan van kleine embryonale bloedvaatjes, zoals membrana pupillaris persistens (MPP) en persisteren hyperplastisch primair vitreum (PHPV), ook wel PHTVL/PHPV genoemd
  • Troebeling van de lens (staar of cataract)
  • Loslating van de lens (lensluxatie)
  • Aangeboren aandoeningen in het achterste deel van het oog (retinadysplasie, opticushypoplasie, collie eye anomaly (CEA)
  • Erfelijke netvliesdegeneraties met de verzamelnaam "progressieve retina atrofie" (PRA)

Glaucoom

Bij sommige rassen kan ook een verhoogde oogdruk (glaucoom) voorkomen. Hiervoor is extra onderzoek naar goniodysplasie vereist. Er moet dan een gonioscopie worden gedaan; hierbij wordt er gewerkt met een contactlens, onder plaatselijke verdoving.

Dit onderzoek is tijdrovender dan de gebruikelijke oogonderzoeken; daarom dient dit uitdrukkelijk vermeld te worden bij het maken van een afspraak, zodat extra tijd gereserveerd kan worden in de agenda.
 

Mogelijke uitslagen van het onderzoek

  • Vrij: Op het moment van he onderzoek vertoont het dier geen verschijnselen van de betreffende erfelijke oogziekte.
  • Niet vrij: Het dier vertoont de verschijnselen van de betreffende erfelijke oogziekte.
  • Twijfel: Zeer geringe afwijkingen, die mogelijk passen bij het klinische beeld van de betreffende erfelijke oogziekte; de gevonden afwijkingen zijn echter onvoldoende specifiek.
  • Voorlopig vrij: Geringe afwijkingen passend in het klinische beeld van de betreffende erfelijke oogziekte. Het voortschrijden van het proces moet dit verder bevestigen. Sommige erfelijke oogziekten treden pas op latere leeftijd op. Voor deze ziekten is de afgegeven verklaring 12 maanden geldig, omdat deze ziekten nog te voorschijn zouden kunnen komen.

Deel deze pagina