Nierstenen bij kat en hond

Katten hebben regelmatig last van nierstenen. Nierstenen zijn een belangrijke oorzaak van nierfalen bij de kat.

Honden hebben minder vaak nierstenen.

Weinig drinken, een erfelijke aanleg en bepaalde medicatie kunnen de kans op nierstenen vergroten. 



Nierstenen geven meestal pas problemen als ze vastlopen in de urineleider (ureter)
Nierstenen geven meestal pas problemen als ze vastlopen in de urineleider (tussen nier en blaas)
 

Symptomen van nierstenen

Mensen met nierstenen hebben vaak ernstige buikpijn (koliek) die plotseling ontstaat. De pijn wordt veroorzaakt door het vastlopen van de niersteen in de urineleider (ureter, zie afbeelding). 

Dieren laten deze buikpijn vaak minder goed zien, al zijn er verhalen van katten die naar de eigen buik blazen. 

Vaker wordt de diagnose niersteen gesteld als het dier last heeft van nierfalen: de hond of kat is misselijk, eet slecht, valt af en braakt. Soms plast het dier veel of soms juist weinig.
 

Oorzaken van nierstenen

Omdat katten weinig drinken, hebben ze een vergrote kans op nierstenen, blaasstenen en blaasgruis.

Honden die worden behandeld met het medicijn Allopurinol® (bij Leishmania en ammoniumuraatstenen bij de Engelse Bulldog) hebben een vergrote kans op nierstenen 
De Dalmatiër, Engelse Bulldog en dwerg Schnauzer en honden met een levershunt hebben een vergrote kans op het krijgen van blaasstenen. Nierstenen worden bij deze dieren zelden gevonden. 
 

Diagnose nierstenen

Nierstenen kunnen we met echo of röntgenfoto's worden vaststellen. 

Op een echo is de steen vaak zichtbaar in het nierbekken of in de urineleider. Bij een afsluiting van de plasbuis is het nierbekken verwijd. De nier kan vergroot zijn. 

Bij katten zijn nierstenen vaak van het calciumoxalaat type. Deze steen is goed zichtbaar op een röntgenfoto. Andere stenen kunnen op een röntgenfoto worden gemist. 
 

Behandeling van nierstenen

Nierstenen in de urineleider worden soms spontaan uitgeplast. Omdat de meeste van deze dieren nooit bij de dierenarts komen, weten we niet hoe vaak dit gebeurt.

Van alle dieren die bij de dierenarts komen, verdwijnt de niersteen maar in een klein percentage vanzelf. Omdat de meeste dieren met nierfalen worden aangeboden, wachten we vaak maximaal 1 of 2 dagen af om te zien of de stenen zich verplaatsen. In deze periode krijgt de patiënt infuus via de bloedbaan.

Als de steen in de urineleider zit, en zich niet verplaatst, kan na bypass operatie de nierfunctie herstellen.

Bij deze operatie plaatsen we een kunststof buisje in het nierbekken en in de blaas, als vervanging van de verstopte urineleider. Dit buisje wordt ook wel een stent of SUB genoemd (SUB=subcutaneous ureteral bypass). Bij de SUB loopt het kunststof slangetje deels onderhuids. Mochten er toch weer steentjes gevormd worden, dan kunnen we de SUB aanprikken en via deze weg de urine leider spoelen, zonder dat wij de kat opnieuw hoeven te opereren.

Bypass (slangetje) van nier naar blaas. Het witte spoelkamertje zit onder de huid. In de nieren zijn meerdere stenen zichtbaar.
Bypass (slangetje) van nier naar blaas. Het witte spoelkamertje zit onder de huid. In de nieren zijn meerdere stenen zichtbaar.

Nierstenen bij de kat zijn vaak van het calciumoxalaat-type. Dit type steen lost niet op met een verzurend dieet. 
 

Prognose van nierstenen

Katten die een SUB krijgen hebben over het algemeen een goede prognose. Deze prognose is afhankelijk van (het herstel van) de nierfunctie na de operatie. Lees ook wat de chirurg schrijft over steentjes in de urineleider en de SUB behandeling.
 

Leestips

Anderen die deze pagina bezochten waren ook geïnteresseerd in
auteur: Tjerk Bosje, specialist interne geneeskunde der gezelschapsdieren

Deel deze pagina