Stamceltherapie bij hond en kat

Stamceltherapie is een nieuwe en veelbelovende wetenschappelijke ontwikkeling in de diergeneeskunde. Mogelijk dat we het in de toekomst bij veel ziektes kunnen gaan toepassen.

Bij het Medisch Centrum voor Dieren in Amsterdam wordt het nu vooral toegepast bij artrose.

Het gebruik van stamcellen bij ziektes van nieren, lever, darmen of bij astma, is nu nog experimenteel. 


Op dit moment kunnen we voor behandelingen gebruik maken van zogenaamde mesenchymale stamcellen uit vetweefsel:
  • Met een kleine operatie haalt de chirurg wat vet uit de lies of buik van uw hond of kat.
  • In een laboratorium worden hieruit de stamcellen gezuiverd en vervolgens opgekweekt.
  • Het laboratorium stuurt ons vervolgens een buisje stampvol stamcellen van uw eigen hond of kat naar ons terug.
  • Deze cellen kunnen we weer in de patiënt spuiten.
  • De stamcellen zouden naar beschadigd weefsel gaan en deze kunnen herstellen.
Mesenchymale stamcellen zijn nog niet gespecialiseerd: ze kunnen uitgroeien tot allerlei nieuwe gezonde cellen (vet, bot, kraakbeen).
Stamcellen kunnen ook invloed uitoefenen op beschadigd en ziek weefsel: de mesenchymale stamcellen remmen de ontstekingsreactie en remmen de vorming van littekenweefsel.
 

Stamceltherapie bij katten met chronische nierziekte

Er zijn nog maar enkele studies gedaan naar de behandeling met stamcellen bij katten met chronische nierziekte.

In de eerste studie kregen zes katten (2 gezond, 4 met nierziekte) een injectie met stamcellen in een van hun nieren. De behandeling bleek veilig: weinig of geen bijwerkingen of complicaties. Maar het effect was niet spectaculair: 2 van de 4 katten lieten een kleine verbetering zien in hun nierfunctie.

In de tweede studie werden 8 katten met nierziekte behandeld: ze kregen drie keer (steeds met 2 weken tussentijd) een infuus met mesenchymale stamcellen. Deze katten lieten geen significante verbetering zien van hun nierfunctie in 2 maanden tijd.

Bij chronische nierziekte zien we dat de nierfunctie langzaam steeds verder achteruitgaat. Of de snelheid van achteruitgang afgeremd wordt door stamceltherapie weten we niet. Het kan wel zijn dat hun nieren minder hard achteruitgaan, maar dat wordt nog onderzocht. Ook kijken onderzoekers nu of het misschien beter werkt om de stamcellen in de nierslagader te spuiten in plaats van via een gewoon infuus. 

Hoewel stamceltherapie veel belovend is in de behandeling van nierziekte bij de kat, is het op dit moment nog experimenteel en niet bewezen.

De wetenschap gaat snel, en we verwachten snelle veranderingen op dit gebied. Het is mogelijk dat we in de nabije toekomst ziektes als chronische darmontsteking (IBD), tandvleesontsteking en astma bij de kat gaan behandelen met stamcellen. 
 

Deel deze pagina