Wormen bij katten 

De moedermelk van de kat bevat spoelwormlarven. Elke kitten begint zijn / haar leven dus met spoelwormen. Een klein aantal wormen blijft, ondanks  goede ontworming, in het lichaam achter. Als een poes later zelf kittens krijgt, zullen deze wormen haar kittens weer besmetten.
 
Oudere kittens en volwassen katten worden besmet met spoelwormen en andere wormen door het eten van microscopisch kleine wormlarven uit de omgeving. De larven worden in de darm van de kat volwassen en leggen eitjes, die de omgeving weer besmetten.
 
Hartworm wordt op een andere manier overgebracht.

 

Spoelworm in de dunne darm (endoscopisch beeld)
 

Symptomen van wormen bij de kat 

Veel dieren met wormen hebben klinisch geen problemen. Als dieren klachten hebben door wormen, zijn het vaak chronische maagdarmklachten. Een niet ontwormd, jong dier met heel veel volwassen wormen in de darmen, kan een darmafsluiting krijgen. In het ergste geval kan een dier hieraan overlijden.

Bij longworm staat hoesten op de voorgrond, bij hartworm hartfalen.
 

Hoe zorg ik dat mijn kat niet ziek wordt van wormen 

  • Verwijder ontlasting uit de tuin en gooi het bij het restafval (niet in de groenbak, want dan komen de wormen via de compost weer terug in de tuin)
  • Voorkom dat uw kat rauw vlees, orgaanvlees, slakken of knaagdieren eet
  • Ontworm uw kat

Ontwormen van uw kat of kitten 

Kittens worden standaard ontwormd op de leeftijd van 3, 5 en 7 weken. Ontworm de kittens daarna maandelijks tot ze 6 maanden oud zijn. Zolang de kittens nog bij hun moeder zijn, raden wij u aan om de poes steeds tegelijk met de kittens te ontwormen.

Vanaf de leeftijd van 6 maanden is het raadzaam een dier 4 keer per jaar te ontwormen.
 

Ontwormingsmiddelen voor de kat

Er zijn verschillende soorten ontwormingsmiddelen op de markt. Er zijn pasta’s, tabletten en spot-on (druppel in de nek).
  • Sommige middelen mogen wel gegeven worden aan kittens, andere mogen pas op latere leeftijd worden toegepast.
  • Sommige middelen mogen tijdens de dracht worden gegeven, andere middelen niet.
  • Sommige middelen werken ook tegen vlooien, oormijt en lintwormen.
Veel gebruikte ontwormingsmiddelen zijn Advocate®, Drontal®, Milbemax®, Panacur®, Stronghold®, Broadline®
 

Bijwerking van ontwormingsmiddelen bij de kat 

Ontwormingsmedicijnen zijn over het algemeen veilig. In sommige gevallen kunnen bijwerkingen optreden als: braken, diarree, speekselen, gebrek aan eetlust, agitatie, sloomheid, spiertrillingen en dronkenmansgang.
Lees voor gebruik goed de bijsluiter en meld een bijwerking bij de daartoe bestemde instanties.
 

Resistentie tegen ontwormingsmiddelen 

Resistentie tegen ontwormingsmiddelen komt bij katten niet veel voor. Bij andere diersoorten als paarden is dit wel het geval. Bij veelvuldig gebruik van ontwormingsmiddelen in een besloten groep katten kan wel resistentie optreden.
Herbesmetting is een belangrijkere reden voor een therapie-resistente wormeninfectie dan resistentie tegen de middelen.

Met name bij catteries / asiels is het verstandig regelmatig ontlastingsonderzoek te doen, of de ontwormingsmiddelen nog wel goed werken.

Ook bij blijvende (chronische) diarree of terugkerende (recidiverende) diarree is het verstandig te kijken, of er wormeieren in de ontlasting zitten.
 

Spoelwormen bij de kat 

Alle katten krijgen spoelwormen via de moedermelk. Spoelwormlarven maken altijd eerst een trektocht door het lichaam. Deze jonge wormen kunnen in het lichaam een ”winterslaap” gaan houden of via de longen weer naar buiten kruipen om opgehoest en doorgeslikt te worden. Pas als de wormen na een trektocht door het lichaam in de darmen komen, worden ze volwassen en gaan ze eieren leggen. Tussen besmetting met spoelwormlarven en het moment dat de wormen volwassen zijn en eitjes leggen zit ongeveer een maand.

Lees verder bij spoelwormen en haakwormen
 

Spoelwormen bij de mens 

Ook bij de mens kunnen opgenomen honden- of kattenspoelwormlarven een trektocht door het lichaam maken. De larven gaan dood voordat ze in de darmen aankomen.

Bij (met name) kinderen kunnen de larven in de hersens of ogen terecht komen en daar ontstekingen geven. Daarom raden wij u aan om katten, die bij kinderen in huis wonen, elke maand te ontwormen en zandbakken af te dekken.

Lees verder bij spoelwormen en haakwormen
 

Lintwormen bij de kat

Lintwormen geven meestal geen klinische klachten. Sleetje rijden, door jeuk aan de anus, kan wel optreden. De eigenaar stelt een diagnose vaak nadat hij een (soms bewegend) wit wormpje heeft gezien in de ontlasting van de kat. De opgedroogde segmentjes van de lintworm zien er uit als rijstkorreltjes. Als u zoiets vindt in de omgeving van de kat, moet u dus aan lintwormen denken.

De kat besmet zich door het opeten van een vlo of muis. Met een goede vlooienbestrijding bestrijdt u dus ook lintwormen.

Lintwormen zijn niet gevoelig voor veel van de normale ontwormingsmiddelen.

Lees verder bij lintwormen
 

Hartworm bij de kat 

Hartworm wordt door een mug overgebracht in warmere streken (Zuid- en Oost-Europa (zie kaartje)). De volwassen hartworm woont in de longslagader en kan deze in ernstige gevallen grotendeels afsluiten. Dieren met deze aandoening houden vocht vast in de buik. Als het dier deze klinische klachten vertoont, is de behandeling riskant.

Preventie van een besmetting is belangrijk. Omdat we geen middelen hebben die de mug met 100% zekerheid en tijdig kunnen doden, richt de bestrijding zich op de door de mug overgebrachte jonge hartwormpjes. Als u met uw kat van april tot oktober naar een van de gekleurde gebieden op het kaartje gaat, is hartwormpreventie aan te raden (tot 1 maand na thuiskomst). In warmere gebieden (zoals de Canarische eilanden) is hartwormpreventie het hele jaar door nodig.

Hartworm bij de kat geeft vaak minder problemen dan bij hartworm bij de hond. De diagnostiek bij de kat is moeilijker.


 

Leestips

Andere die deze pagnis bezochten, waren ook geïnteresseerd in
auteur: Tjerk Bosje, specialist interne geneeskunde der gezelschapsdieren

Deel deze pagina