Kennelhoest

Kennelhoest is het best te vergelijken met onze verkoudheid, maar het is hardnekkiger en duurt langer. Het is een veel voorkomende besmettelijke aandoening, waarvan vrijwel elke hond volledig zal herstellen. 

Heeft deze verkouden hond kennelhoest?
Heeft deze verkouden hond kennelhoest?
 

Symptomen van kennelhoest

Niet elke hond met kennelhoest hoest. Sommigen hebben alleen een snotneus en ontstoken ogen. Over het algemeen hebben dieren geen koorts en eten en drinken ze normaal. Als een dier erg hoest, kan dit leiden tot kokhalzen/overgeven.
 
In zeldzame gevallen kan de patiënt een longontsteking krijgen.
 

De diagnose kennelhoest

We stellen de diagnose op basis van de klinische verschijnselen.
 
De specifieke ziekteverwekkers kunnen in een laboratorium worden vastgesteld met behulp van een bacteriekweek of zogenaamd PCR onderzoek.

Omdat de ziekte kan lijken op hondenziekte, is het soms raadzaam, vooral bij pups, ook een test te doen op deze ziekte. Ook hondengriep kan vergelijkbare klachten geven.
 

De behandeling van kennelhoest

Een warme en een stressvrije omgeving is belangrijk voor een goed herstel. Rust is belangrijk. Bij het uitlaten kan een halsband het best worden vervangen voor een borsttuig.
 
Antibiotica zijn, net als bij verkouden mensen, over het algemeen niet nodig. Het gebruik van hoestdrankjes en slijmoplossers is omstreden. Een sterkte hoestonderdrukking kan het herstel zelfs tegenwerken. 
 

Hoe krijgt honden kennelhoest? 

Kennelhoest krijg je van een andere hond. Dat kan een hond zijn met duidelijke kennelhoestklachten, maar ook honden met milde klachten, bijvoorbeeld alleen een snotneus. Als een hond is hersteld van kennelhoest, neemt de kans op overdracht fors af.
 
3-10 dagen na besmetting kan een hond kennelhoest verschijnselen krijgen.
 

Kennelhoest voorkomen

Op plekken waar veel honden bij elkaar komen (hondenschool, uitlaatservice, hondenshow of kennel) kan de ziekte makkelijk van de ene hond op de ander overspringen

Stress vermindert de weerstand

Veel blaffen maakt schor en vatbaar
 
De virussen en bacteriën die kennelhoest veroorzaken zijn mild. De ernst van de ziekte is vooral afhankelijk van de weerstand van de patiënt. Vaccinatie kan deze weerstand verbeteren
 

Vaccinatie tegen kennelhoest 

Er zijn twee typen kennelhoest vaccinaties verkrijgbaar: de neusenting en de onderhuidse enting.
 

Een onderhuidse enting met alleen kennelhoestverwekkers is mogelijk. Een enting dient jaarlijks (samen met de ziekte van Weil enting) te worden herhaald. Anders dan bij ParvoHondenziekte en infectieuze hepatitis (HCC) is er geen betrouwbare bloedtest die de beschermnde titers in het bloed kan meten. 
 
De neusenting beschermt alleen tegen de kennelhoest. Het werkt sneller (binnen 3-5 dagen), en geeft mogelijk een betere bescherming in de neus. Na enting kunnen dieren milde neusklachten krijgen. De neusenting kan (bij ernstige kennelproblemen) al bij jonge pups worden gegeven.  

​In het entboekje worden deze weergegeven als het canine adenovirus, canine paraïnfluenza virus en Bordetella Bronchiseptica. 
 

Kan een dier na vaccinatie nog kennelhoest krijgen? 

Ja, jammer genoeg wel. De enting voorkomt niet dat uw ziek wordt. Het voorkomt wel dat uw hond erg ziek wordt 

Naast genoemde virussen en bacteriën zijn er ook andere ziekteverwekkers met dezelfde klachten zoals canine respiratoir corona virus, canine herpes, Mycoplasma spp. en Streptococcus zooepidemicus, waar we niet tegen enten
 

Is kennelhoest gevaarlijk voor mensen of katten? 

Voor de meeste mensen is kennelhoest ongevaarlijk. Mensen met chronische luchtwegproblemen of een slechte weerstand (chemotherapie of AIDS) kunnen ziek worden van de Bordetella bacterie.

Katten zijn over het algemeen niet erg gevoelig voor de ziekteverwekkers. Bordetella kan bij katten echter wel niesziekte of longontsteking geven.
 

Aanvullend onderzoek

Als uw hond niet herstelt of steeds zieker wordt is verder onderzoek aan te raden.

Na een lichamelijk onderzoek, moet er vaak een röntgenfoto gemaakt worden. Ook een bronchoscopie kan soms waardevolle informatie geven.
 

Leestips

auteur: Tjerk Bosje, specialist interne geneeskunde der gezelschapsdieren

Deel deze pagina