Natrium, Kalium en Chloor

Natrium, Kalium en Chloor zijn zouten of elektrolyten in het bloed. Met deze bepalingen stellen we vast wat de oorzaak kan zijn van een ziekte of aandoening van de hersenen, longen, lever, hart, nieren, schildklieren of bijnieren. Wij meten de elektrolyten vaak als onderdeel van een algemeen bloedonderzoek, om een indruk te krijgen van de algemene gezondheid van uw hond of kat. Afwijkingen in natrium, kalium en chloride kunnen wijzen op vochttekort (dehydratie), vocht vasthouden (oedeem) of gevaarlijk tekort aan zouten.  
 

Natrium

We testen de hoeveelheid natrium in het bloed van uw hond of kat. Natrium komt met name voor buiten de cellen en is in alle lichaamsvloeistoffen aanwezig. Natrium speelt samen met andere elektrolyten zoals kalium, chloride en bicarbonaat een belangrijke rol bij het regelen van de vochtbalans in het lichaam (verdeling van water in het lichaam). Natrium komt, behalve in keukenzout (natriumchloride), voor in vrijwel elk honden- of kattenvoer. De meeste dieren krijgen ruim voldoende natrium binnen. Het lichaam neemt op wat het nodig heeft en het teveel ingenomen natrium wordt via de nieren in de urine uitgescheiden.

et lichaam probeert via verschillende regelsystemen (hormonen, dorstgevoel) de hoeveelheid natrium in het lichaam heel constant te houden. Een afwijkende hoeveelheid natrium in het bloed wordt meestal veroorzaakt door problemen in de natriumregelsystemen. Als de hoeveelheid natrium in het bloed verandert, verandert ook de hoeveelheid water in het lichaam. Deze veranderingen leiden tot een tekort (dehydratie) of een teveel (oedeem, vaak in de benen) aan water in het lichaam.
 

Wat betekent de uitslag?

Teveel natrium kan bij hoge concentraties leiden tot toevallen en uiteindelijk coma. Een verhoogde hoeveelheid natrium in bloed (natriumconcentratie meer dan 145 mmol/l, hypernatriëmie) wordt vrijwel altijd veroorzaakt door:
  • verlies aan water (dehydratie) zonder voldoende water te drinken.
    • Dat water kan verdwijnen door te plassen, dus via de nieren.
    • Water kan ook verloren gaan door braken of diarree
    • Speekselen
    • Oververhitting
    • bij koorts
  • Soms wordt hypernatriëmie veroorzaakt door een verhoogde inname van zout
    • zout water drinken
    • schep zout op de tong krijgen om te braken, en dan niet braken. Lees verder bij: hond laten braken
  • Ook kan het zijn dat het lichaam onvoldoende water vasthoudt
    • Dit komt bijvoorbeeld voor als er te weinig ADH (antidiuretisch hormoon) wordt aangemaakt (diabetes insipidus). Lees ook: hond plast veel
  • Bij teveel mineralocorticoiden (fludrocortison, medicijn bij de ziekte van Addison)
Als de hoeveelheid natrium in bloed snel daalt, is de hond of kat zwak en moe. In ernstige gevallen kan het dier uiteindelijk in coma raken. Een verlaagde hoeveelheid natrium in bloed (natriumconcentratie minder dan 135 mmol/L, hyponatriëmie) wordt meestal veroorzaakt door:
  • diarree
  • suikerziekte (na begin van insuline therapie)
  • nierziektes
  • overmatig hijgen, oververhitting
  • door hoge waterinname (overmatig water drinken)
  • vasthouden van water (oedeem) bij onder andere
    • hartfalen
    • levercirrose
    • nierziekte met veel eiwitverlies in de urine.
  • te weinig mineralocorticoiden, bij de ziekte van Addison
  • te traag werkende schildklier (hypothyreoidie)
  • medicijnen: plaspillen (furosemide, torasemide spirinolacton)
  • te weinig eiwit in het bloed (hypoalbuminaemie)

Kalium

Kalium is een positief geladen deeltje (ion) dat normaal in lage concentratie aanwezig is in het bloed, samen met andere deeltjes zoals natrium en chloride. We noemen deze deeltjes/ionen ook wel elektrolyten. De elektrolyten houden de hoeveelheid water en zuurgraad (pH) van het lichaam op peil. Kalium is verder erg belangrijk voor een goede werking van de spieren.

Het meeste kalium bevindt zich in de cellen van het lichaam. Ongeveer 2% is maar aanwezig in de lichaamsvochten, waaronder ook het bloed. Omdat er zo weinig kalium in het bloed zit hebben kleine veranderingen vaak al grote gevolgen. Te veel of te weinig kalium is levensgevaarlijk omdat dit een shock, spierzwakte, ademhalingsmoeilijkheden of hartritmestoornissen kan veroorzaken.
 

Wat betekent de uitslag?

Een verhoogde kaliumconcentratie, dus hoger dan 5,0 mmol/l (hyperkaliëmie) past bij:
  • te hoge toediening van een vochtinfuus dat veel kalium bevat
  • plotseling of langzaam optredend nierfalen
  • de ziekte van Addison (tekort aan de hormonen cortisol en aldosteron)
  • hypoaldosteronisme (tekort aan het hormoon aldosteron)
  • weefselschade
  • infectie
  • suikerziekte, diabetes
  • uitdroging
  • gescheurde blaas, obstructie van de plasbuis (lees ook bij: kat kan niet plassen)
  • bloedafbraak (hemolyse), lees verder bij: AIHA, Babesia
  • verzuring van het bloed (acidose)
  • bepalingsfout. Soms stroomt tijdens de bloedafname het bloed te snel of te langzaam in het afnamebuisje. Hierdoor gaan bloedcellen kapot en wordt het kaliumgehalte dat gemeten wordt vals verhoogd. Dit zien we vrij veel!!
  • hyperkaliëmie kan ook optreden bij honden en katten die bepaalde medicijnen krijgen, zoals onder andere bloeddrukregulerende medicijnen en kaliumsparende plastabletten.
Een verlaagde kaliumconcentratie, dus lager dan 3,5 mmol/l (hypokaliëmie) past bij:
  • uitdroging
  • overgeven
  • diarree
  • verminderde kaliuminname, te weinig kalium in voer  (zeldzaam)
  • leverziektes
  • ziekte van Cushing
  • door medicijnen als prednisolon of dexamtehason, plaspillen (furosemide of torasemide) of insuline
  • nierziektes met veel plassen
  • alkalose (bloed dat niet zuur genoeg is)
Lees verder bij: kaliumtekort
 

Chloor

Ook chloor (chloride) meten we vaak om vast te stellen of de water- en zouthuishouding in het lichaam in orde is. Chloride is een elektrolyt, een negatief geladen ion dat samenwerkt met andere elektrolyten zoals natrium, kalium en bicarbonaat (alle geladen ionen). De elektrolyten reguleren de totale hoeveelheid vocht en de zuurgraad van het lichaam. Zout in honden- en kattenvoer bestaat uit natrium en chloride. Door het eten van zout komt chloride dus het lichaam binnen. Het meeste chloride wordt door de darmen opgenomen zodat het in het bloed terecht komt. Als er teveel chloride binnenkomt wordt het weer uitgescheiden in de urine.
 

Wat betekent de uitslag?

Een verhoogd chloride komt voor bij:
  • Uitdroging (verlies van vocht, te weinig drinken)
  • Diabetes insipidus
  • Suikerziekte (diabetes mellitus), na insuline behandeling
  • Mineralocorticoïden (fludrocortison, een medicijn bij de ziekte van Addison)
  • Het kan ook wijzen op een zogeheten metabole acidose waarbij het lichaam basen verliest wat leidt tot een zure toestand van het bloed.
  • Ook bij hyperventilatie (te snel ademen) wat leidt tot een zogeheten respiratoire alkalose kan het chloridegehalte licht verhoogd zijn. lees ook: hond hijgt veel
  • Nierziekte
  • Dunne darm diarree
Een verlaagde hoeveelheid chloride gaat vaak gepaard met een verlaagde hoeveelheid natrium. Verlies van chloride en natrium komt bijvoorbeeld voor bij:

Leestips

Anderen die deze pagina lazen, waren ook geïnteresseerd in:
auteur: Erik den Hertog, specialist interne geneeskunde der gezelschapsdieren

Deel deze pagina