Eiwitten in het bloed

Eiwitten in het bloed hebben veel functies. Er zijn veel verschillende eiwitten in het bloed. We meten het totaal eiwit, maar ook de onderverdeling in soorten. De eiwitten zijn te verdelen in albumine, alfa globulines, beta globulines en gamma-globulines. Veel eiwitten worden gemaakt in de lever. De immunoglobulines (ontstekingseiwitten, antilichamen) worden gemaakt in lymfknoopweefsel.

Teveel eiwitten zien we bij uitdroging: het bloed is dikker en lijkt meer eiwitten te bevatten (eigenlijk is er minder vocht). Ontstekingen en tumoren kunnen een stijging geven in de globulines. Ontsteking is een reactie van het lichaam als er een beschadiging is of een binnendringer in het lichaam. Er ontstaat vaak een vast patroon aan stofjes en cellen die de boel gaan opruimen. In de eerste fase van de ontsteking (acute ontsteking) zie je veel alfa-globulines en soms ook betaglobulines. In een later stadium (subacute ontsteking) zie je dat behalve de alfaglobulines ook de gammaglobulines in het bloed gaan stijgen. Als het lichaam er lang over doet om de problemen op te lossen (chronische ontsteking) dan zie je vaak een stijging in de gamma globulines.

Een tekort aan albumine kan bijvoorbeeld komen door nierproblemen (verlies van eiwitten via de urine), leverproblemen (te weinig aanmaak van eiwitten), darmproblemen (te weinig opname van eiwit in de darm, en verlies van eiwit via diarree), en als de wanden van de bloedvaten niet goed zijn (grote brandwonden of bij de ziekte vasculitis).

Verlies van eiwitten via de urine kunnen we onderzoeken met de eiwit/kreatinine ratio in de urine. Teveel eiwitten in de urine wijst niet altijd op een nierziekte. We kunnen dit ook zien bij koorts, bloedafbraak, spierziektes en bepaalde tumoren.

Bij sommige damziektes lekken de darmen veel eiwitten. Ook wordt er bij diarree weinig eiwit opgenomen. Daarom kunnen honden en katten met ernstige darmziektes een laag totaal eiwit, albumine en globuline krijgen.  We noemen deze ziektes protein loosing enteropathy.
 

Totaal eiwit

  • normale waarden, gemeten in plasma: 57-77 g/l bij de hond, 53-76 g/l bij de kat
  • normale waarden, gemeten in serum: 53-76 g/l bij de hond, 54-79 g/l bij de kat
  • let op: verschillende laboratoria hebben ook vaak verschillende normaalwaarden.
  • Jonge dieren (dieren die nog geen half jaar oud zijn) hebben een lager totaal eiwit
  • Dierenartsen kunnen met een refractometer ook het eiwitgehalte inschatten
 

Albumine

  • normaalwaarde is afhankelijk van de methode en het laboratorium, meestal 25-40 g/l
  • de verhouding tussen albumine en globulinen noemen we de albumine/globuline ratio. Deze is normaal 0,5-1,3 bij de hond en 0,4-1,3 bij de kat
  • Albumine verhoogd bij uitdroging
  • Een verlaging van het albumine (hypoalbuminaemie) kan veel oorzaken hebben: 
    • darmziektes, zoals PLE
    • Leverziektes
    • Ernstig trauma
    • hartfalen met vochtophoping.
    • aangeboren tekort aan groeihormoon
    • teveel eiwit in de urine
    • Brandwonden
    • Bloedingen
    • Bloedvergiftiging
    • hond eet dieet met weinig eiwit 

Alfa globulinen

  • Hieronder vallen eiwitten als haptoglobine, transcortine, alfa 1-lipoproteïne, transporteiwitten
  • Bij acute infectie verhoogde alfa globulinen
  • Bij hondenziekte (distemper, CDV) zien we vaak verhoging in alfa 2 globulinen
  • Bij acute leverontsteking
  • Bij sommige vormen van kanker zien we toename in alfa 2 globulinen (bv bij lymfklierkanker)
  • Amyloidose is een ziekte waarbij we een raar soort eiwit vinden in verschillende organen, en mogelijk ook een toename van de alfa globulinen in het bloed.

Beta globulinen

  • Hieronder vallen eiwitten als transferrine, complement, beta lipoprotein, immuunglobulinen, fibrinogeen
  • Beta globulinen zijn verhoogd als er vreemde stoffen/organismen in het lichaam zijn (antigeen stimulatie)
  • Bij sommige vormen van kanker zien we toename in beta 1 globulinen, bijvoorbeeld bij lymfklierkanker en leverkanker
  • Fibrinogeen is een eiwit die valt onder de beta globulinen. Het is een “acuut fase eiwit”, dus ook verhoogd bij acute ontsteking.
  • Bij chronische leverontsteking en geelzucht zien we vaak toename in beta 2 globulinen
  • Ook bij bacteriële huidontsteking (pyodemrie) zien we vaak teveel beta globulinen.

Gammaglobulinen

  • Dit zijn Immuunglobulinen (ontstekingseiwitten, antilichamen).
  • verhoogd bij antigene stimulatie (vreemde stoffen/organismen in het lichaam), chronische infectie, auto-immuunziektes
  • Bij chronische leverontsteking, leverkanker en levercirrhose zien we vaak toename in gammaglobulinen
  • Hele hoge waarden van gammaglobulinen vinden we bij FIP (een virusinfectie van de kat), maar ook bij chronische galwegontsteking (cholangitis) bij de kat.
  • Erg hoge gammaglobulinewaardes bij de hond wijzen vaak op een reisziekte: Leishmania of Ehrlichia
  • Bij hondenziekte (CDV, distemper) zien we ook toename in gammaglobulinen, maar bij de meest andere virusinfecties niet.
  • Bij auto immuunziektes heeft de patiënt vaak teveel gammaglobulinen
  • Bij sommige vormen van kanker maakt het lichaam heel veel immunoglobulinen van één soort (Monoclonale gammopathie). We zien dit bij multipel myeloom (een vorm van beenmergkanker), en soms ook bij lymfklierkanker (maligne lymfoom)

Leestips

FIP, eiwit/creatinine ratio, kanker bij honden, leverproblemen hond, leverproblemen kat, nierfalen, darmziektes, Leishmania, Ehrlichia, auto-immuunziektes
 
auteur: Erik den Hertog, specialist interne geneeskunde der gezelschapsdieren

Deel deze pagina