Oncaspar

Enzym-behandeling voor honden en katten met lymfklierkanker (maligne lymfoom). Oncaspar (pegaspargase, L-Asparaginase, PEG-L-Asparaginase) is een geneesmiddel dat we gebruiken voor honden en katten met maligne lymfoom. Er zijn minder bezwaren en voorzorgsmaatregelen nodig  bij deze behandeling, dan bij de behandeling met andere cytostatica (chemotherapie). Oncaspar heeft weinig bijwerkingen en is ongevaarlijk voor de omstanders. Het kan dus veilig gebruikt worden in een gezin met kinderen of als het baasje zwanger is.
 

Bij welke vormen van kanker?

Dierenartsen kunnen Oncaspar gebruiken bij alle vormen van lymfklierkanker (maligne lymfoom) bij hond en kat. Bij andere vormen van kanker heeft Oncaspar geen aantoonbaar effect. Er is niet veel onderzoek naar Oncaspar bij honden en katten. Een ouder onderzoek bij honden met lymfklierkanker laat zien dat het effectief is in een lage dosering. Bij katten met maligne lymfoom in de neus reageerden in een recenter onderzoek alle katten op injecties Oncaspar. Na 2 tot 3 injecties waren de katten helemaal klachtenvrij. De helft van de katten kreeg de tumor weer terug, waarna weer opnieuw met chemotherapie of Oncaspar gestart kon worden.
 

Hoe ziet de behandeling eruit?

De dierenarts-internist geeft de injectie met Oncaspar in een spier. Meestal gebruikt de dierenarts de rugspier. Er zijn twaalf behandelingen in 9 maanden tijd. De eerste 4 injecties geeft de dierenarts om de 2 weken. Na de eerste vier injecties geeft hij of zij de volgende 4 met 3 weken interval. Daarna volgen nog 4 injecties met steeds 4 weken ertussen. Daarna kan besloten worden te stoppen of de intervallen tussen de injecties nog verder te verlengen.
 

Kan ik zelf de injecties geven?

De ampul Oncaspar is maximaal 1 maand houdbaar. Na aanprikken van de ampul is Oncaspar beperkt houdbaar. Dit betekent dat geen injecties meegegeven kunnen worden. De injecties geven wij dus altijd zelf in het Medisch Centrum voor Dieren.
 

Bijwerkingen

Honden en katten die Oncaspar krijgen, verdragen dat vrijwel altijd prima. Honden kunnen soms buikpijn en braken krijgen door een alvleesklierontsteking (pancreatitis) na een Oncaspar injectie. Bij honden en katten kunnen overgevoeligheidsreacties optreden. Overgevoeligheidsreacties kunnen zijn: jeuk, roodheid, bultjes, korstjes of spierpijn. Bijwerkingen komen heel weinig voor.
 

Wat kost het?

Oncaspar is een duur geneesmiddel. De kosten van de behandeling hangen daarom sterk af van de grootte van uw dier. Bij het Medisch Centrum voor Dieren in Amsterdam kost één consult met de injectie voor een kat van 5 kg ongeveer 180 euro. Voor een klein katje van 2 kg komt u vaak op 120 euro, terwijl voor een Maine Coone van 8 kg het wel 220 euro kan kosten. Bij een hond van 15 kg kost één consult met een injectie Oncaspar ongeveer 250 euro. Voor een hond van 40 kg komt u al op 430 euro per injectie. Het eerste consult is altijd uitgebreider en duurder omdat de internist dan meer tijd nodig heeft voor uw verhaal, voor uitleg en voor onderzoek van uw hond of kat. Soms zijn aanvullende onderzoeken nodig voordat de dierenarts kan beginnen met de behandeling.
 

Prognose

Er is niet heel veel onderzoek gepubliceerd naar het gebruik van Oncaspar bij honden en katten. Het is wel aangetoond dat het werkzaam is. Uit een recent onderzoek weten we dat katten die Oncapsar krijgen voor maligne lymfoom in de neus gemiddeld een jaar ziektevrij zijn. Dit is ook de ervaring op het Medisch Centrum voor Dieren bij honden en katten met andere vormen van maligne lymfoom: meer dan 85% van de dieren is na 2 tot 3 injecties klachtenvrij. Een deel krijgt de tumor weer terug. Soms moet de behandeling gestopt worden door bijwerkingen of om financiële redenen. Als we geen therapie instellen bij dieren met maligne lymfoom is 50% na 6 weken dood. Als we Oncaspar geven, leeft 50% van de dieren langer dan 1 jaar en vrij van problemen. Lees ook ​chemotherapie
 

Dosering (informatie voor dierenartsen)

Dosering bij de kat, volgens literatuur 30-40 U/kg. Bij het Medisch Centrum voor Dieren doseren wij 640 per m2 (30-50 U/kg). Bij de hond is zowel een dosering van 10 u/kg als van 30 U/kg beschreven. Bij het Medisch Centrum voor Dieren gebruiken we een dosis van 500 U/m2 (10-20 u/kg).

 

Leestips

 
auteur: Erik den Hertog, specialist interne geneeskunde der gezelschapsdieren

Deel deze pagina